Verlangen naar God

In het geloofsleven zijn er momenten van intens verlangen naar God. Er is een honger die niet gestild kan worden. Met David zeggen we dan “Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij?” Er is een onrust vanbinnen. Een stille maar duidelijke overtuiging dat de wereld geen vervulling kan en zal geven. Een zeker weten dat alleen God de leegte, de stilte en het verlangen kan vervullen.

De wereld en alles wat daarin is zal op een dag vergaan. Het lichaam zal sterven en tot stof weerkeren, we zullen deze aardse tent verlaten en totdat moment schreeuwen we naar de Heere. Er kan niets beters zijn dan om met Hem en voor Hem te leven. Straks zullen we dat in volle glorie doen, maar nu bevinden wij ons in deze aardse tent, dit vergankelijk lichaam. Onderhevig aan de gevolgen van de zonde, aangevallen door het vlees, de wereld en Satan. Ook al vertrouwen we op Gods geopenbaarde woord en ook al weten we ons verzekerd van Zijn liefde, toch zijn daar die momenten van onrust, van onvervuld verlangen, ja van ongedurigheid. Weten dat er meer is, een dieper leven met God. De ervaring dat God Zich op een afstand houdt waardoor je ziel kan bezwijken van verlangen.

Mijn ziel verlangt, ja, bezwijkt zelfs van verlangen naar de voorhoven van de HEERE; mijn hart en mijn lichaam roepen het uit tot de levende God. (Psalm 84:3)

David had dit ook en hij maakt het bekend aan de Heere. Hij zegt in Psalm 42:7a, “Mijn God, mijn ziel buigt zich neer in mij (…)”. Oh ja, hij spreekt tot zichzelf, maar hij richt zijn gebed en zijn hulpgeroep vooral aan God zelf. Wie anders kan dat onvervulde verlangen vervullen? Niemand anders dan God zelf. Daarom moeten we Zijn aangezicht zoeken, Hem voortdurend blijven aanlopen als een waterstroom. Laat niets er tussen komen, laat niets je afleiden van het zoeken naar Hem. Besteed tijd in gebed, mediteer op Zijn grootheid, open je hart en diepste verlangens voor Degene die alles ziet en kent. Hij hoort ons gebed, Hij luistert naar onze smeekbeden – dat is een zekerheid. En daarom kan David ook zeggen in vers 12, “Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.

Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! (Psalm 42:2)

De Heere zal ons verlangen vervullen. Misschien nu, misschien morgen, misschien over een week, misschien over een jaar of langer. Maar Hij zal het gebed verhoren. Een gebed dat zich richt op Hem, een gebed dat als doel heeft om Hem te leren kennen zal Hij nooit afwijzen. Hij is een God die Zich openbaart, een God die Zich kenbaar wil maken aan de mensen. Daarom, houd moed, laat niet los, blijf bidden, blijf zoeken, blijf kloppen en blijf verlangen want de Heere is alles wat je ziel nodig heeft. Zoals dat lied het zegt, “Mijn hart heeft U van node, elk uur, elk ogenblik. O zegen mij, mijn Heiland, Ik kom tot U.”

O God, U bent mijn God! U zoek ik vroeg in de morgen ; mijn ziel dorst naar U, mijn lichaam verlangt naar U in een land, dor en dorstig, zonder water. (Psalm 63:2)

Beste lezer, is dit jouw verlangen? Herken je jezelf in David? Merk je op dat je ziel verlangt naar je Maker?