Ik wil wel maar ik wil niet

Als ik dit schrijf ben ik net een paar dagen terug uit Duitsland. Ik ben er twee weken tussenuit geweest om tot rust te komen nadat de volop doordenderende trein abrupt tot stoppen werd gebracht. Nadat verschillende mensen aan de noodrem hadden getrokken besloot de machinist toch vrolijk en in volle vaart door te rijden, niet wetende dat er iets ernstig mis was met de motor. Uiteindelijk begon de trein te ratelen, te grommen, te schudden en plotseling stopte de motor ermee. Rook en vlammen sloegen uit de motor. Het was klaar, de reis was over, hier stopte het.

Die onwetende, onverantwoordelijke machinist ben ik. Die trein ben ik eigenlijk ook. De mensen die al verschillende keren aan de noodremmen wisten te trekken zijn familie, vrienden en de dokters. Hardleers als ik ben kostte het me veel moeite om het uiteindelijk toe te geven: “Ik ben opgebrand, leeg, ik zit in een burn-out.”

Hier zit ik dan, als eenendertigjarige man, echtgenoot en vader van vier jonge kinderen – depressief en opgebrand. En dat niet voor de eerste keer. Het voelt haast als bekend terrein, opnieuw stoppen, opnieuw op krachten proberen te komen, opnieuw de reus van depressie proberen te verslaan.

Achterom kijkend zie ik dat de trein al heel lang een spoor van brandstof aan het verliezen was. De tank blijkt lek te zijn. Om de zoveel kilometer kan er brandstof getankt worden, maar als de tank lek is, heeft dit weinig zin. De tank moet gerepareerd worden en de trein moet ter reparatie van het spoor af.

Tijdens de twee weken die ik in Duitsland doorbracht heb ik veel nagedacht en geschreven. Hoe heeft het weer zover kunnen komen? Waar gaat het precies mis? Waarom heeft dit patroon zich in mijn leven ontwikkelt? Wat kan ik veranderen? Vragen die ik al jaren stel maar waarop de antwoorden niet lijken te komen. Hier zit ik weer, lichamelijk uitgeput, uitgemergeld en tevens langzaam de moed aan het verliezen. Zou er een manier zijn om dit alles in balans te houden voor de toekomst? Hoe leef je het leven eigenlijk? Wat zijn de ingrediënten voor een ‘normaal’, productief, Godverheerlijkend en genoegzaam leven?

Zou ik nog beter worden nu deze zwarte periodes zich steeds blijven herhalen en niet beter worden maar juist zwaarder en langer? De trein staat stil. Ik stap uit, klop het stof van mijn pak en kijk om me heen. Een woestijnlandschap. Rotsen, een felle, brandende zon en een strakblauwe hemel. Er is geen zuchtje wind te bekennen maar ik moet op pad, op reis naar de plek waar ik hulp kan halen. De moed is op en de energie ontbreekt, toch zegt die innerlijke stem ‘Ga op pad, Jan! Ga op reis, pak je spullen en vertrek naar die oase, kom tot rust. Drink, eet, proef en zie dat de HEERE goed is.’

Daar ga ik, de trein achter me latend op zoek naar een teken van leven, op zoek naar die oase waar gerust, gegeten en gedronken kan worden van al het goede dat de Heere geeft.